Ik werk met veel plezier als verzorgende IG met somatische bewoners. Dit betekent dat ze lichamelijk afhankelijk zijn van zorg, maar geestelijk nog wel ‘bij de tijd zijn’. De bewoners en mijn collega’s weten van mijn slechthorendheid af en houden hier ook rekening mee. Soms komen ze zelfs naar mij toe als er iets met een hoorapparaat van een bewoner aan de hand is.

Sinds 2 jaar ben ik samen met mijn vriend en inmiddels wonen we ook samen. Hij moest in het begin wel erg wennen aan mijn slechthorendheid, maar ook hij probeert altijd rekening met mij te houden, net als mijn vrienden. Dat vind ik echt heel fijn! Mijn vriend draagt zelf een bril en soms zeg ik tegen hem: jij bent mijn oren, ik ben jouw ogen.

Communiceren in een rumoerige situatie vind ik wel lastig. Dan moet ik me echt concentreren op een gesprek en dat is erg vermoeiend. Sowieso kost alles mij net iets meer energie. Na het werk ga ik thuis even slapen, zodat mijn energie weer een beetje op peil is. Ook bij grote vergaderingen moet ik me extra concentreren. Met overleggen in een klein groepje heb ik weinig moeite. Soms doe ik mee aan een kroegenquiz. Dan heb ik wel moeite om mijn medespelers te verstaan. Ik vraag dan vaak aan degene die naast mij zit wat er gezegd wordt of ze schrijven het op.

Ik heb weinig last van onbegrip van de buitenwereld. Dit komt misschien omdat ik zelf best open ben over mijn beperking. Als ik nieuwe mensen leer kennen, geef ik vaak al aan dat ik slechthorend ben en leg ik uit hoe ze het beste met mij kunnen communiceren. Ook maak ik grapjes over mijn slechthorendheid. Als mijn batterij bijvoorbeeld leeg is, zeg ik: “Mijn oor is leeg, even mijn batterij verwisselen!” Dit helpt vaak om het ijs te breken.”