“Ik zal nooit vergeten wat mijn dove zus tegen me zei: “Als ik uit eten ga met horende mensen, dan volg ik (bijna) niks. Maar dan richt ik me gewoon op het lekkere eten en denk ik er niet te veel aan dat ik de gesprekken niet kan volgen. Dan kijk ik er toch positief op terug.” Sindsdien heb ik geaccepteerd dat ik het gewoon niet altijd kan volgen in (grote) groepen en dat ik me moet richten op de positieve dingen. In kleine groepen vraag ik veel om herhaling en doe ik extra mijn best om het gesprek te volgen. Dan gaat het wel aardig. Grote groepen mijd ik als het even kan. Ik ga dus niet mee drinken in de stad met klasgenoten of naar een klassenbarbecue, want ik weet dat dit moeilijk is voor mij. Gelukkig staat daar wel tegenover dat ik met mijn slechthorende en dove vrienden leuke dingen doe.

Mijn klasgenoten weten inmiddels aardig hoe ze met mijn slechthorendheid moeten omgaan. Ik ben vanaf het begin af aan ook altijd spontaan geweest en heb altijd met iedereen proberen te praten. Daardoor durfden mijn ze ook vragen te stellen over mijn slechthorendheid.

Wel moet ik er rekening mee houden dat ik sneller moe ben dan een goedhorende. Zeker nu met mijn opleiding, stage en andere dingen ben ik aan het einde van de dag helemaal op. Dit compenseer ik door genoeg te slapen en regelmatig leuke dingen te doen. Mijn vermoeidheid belemmert mijn dagelijks leven gelukkig niet.

Ik denk dat het belangrijk is om zelf open te zijn en de stap te nemen om contact te maken met andere mensen. Ook acceptatie van je slechthorendheid is belangrijk en zoeken naar een balans tussen de ‘horende wereld’ en de wereld waarin je tot rust kunt komen (voor mij de dove wereld). Zelf denk ik die balans inmiddels gevonden te hebben, waardoor ik het nu goed kan volhouden in de ‘horende wereld’. Zonder mijn tijd op de dovenschool in Groningen was ik niet zover gekomen. Ik heb daar mijn identiteit gevonden/ontwikkeld en een sterke basis gelegd. Hier heb ik nu veel profijt van.”